Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling, heupdysplasie, heupluxatie, kinderen, volwassenen

Home Contact Facebookgroepen Aanmelden voor de VAH-nieuwsbrief Voor de leden

allesoverheupafwijkingenblauw hulpenondersteuninggrijs overdevereniginggrijs

babysenkleutersblauw tienersenvolwassenenblauw

Oorzaak en diagnose

Heupdysplasie
Bij heupdysplasie wordt de heupkop onvoldoende overdekt door de heupkom. De kop zit meestal wel op de juiste plaats in de kom, maar de kom (en soms ook de kop) is onvoldoende ontwikkeld, waardoor het heupgewricht niet goed werkt. Deze aandoening komt relatief veel voor: ongeveer 20 op elke 1.000 kinderen wordt ermee geboren. Soms kan heupdysplasie zich na de geboorte ontwikkelen. Heupdysplasie kan ertoe leiden dat een kind moeite krijgt met lopen en staan. Bij (jonge) volwassenen kan het leiden tot vroegtijdige slijtage van de heup. Een tijdige behandeling door de vorm van de heupkom en/of de stand van de heupkop te verbeteren, kan dit voorkomen.

Impingement
Behalve dat de heupkop en heupkom niet goed in elkaar passen, kan het ook zijn dat er sprake is van het aanlopen van de hals van de heupkop tegen de rand van de heupkom. Dit zogenaamde heupimpingementsyndroom of femoroacetabulair impingement (FAI) is nog een relatief nieuw begrip in de medische wereld (medio 2002), maar het wordt steeds duidelijker dat het een behoorlijk beperkende afwijking kan zijn.

Er zijn drie vormen van dit syndroom, die zich onderscheiden door de plek waar de afwijking zich bevindt. Als er sprake is van extra botvorming aan de voor- of bovenzijde van de femurhals/heupkop noemt men dit de 'Cam-deformiteit'. Groeit er te veel bot aan de rand van de heupkom dan is er sprake van de 'Pincer-deformiteit'. De derde vorm is een combinatie van de eerste twee, waarbij er dus zowel aan de kant van de heupkop als aan de kant van de heupkom sprake is van te veel bot.

FAI kan leiden tot bewegingsbeperking en pijn, maar kan worden behandeld door het te veel aan bot weg te halen. Soms kan dit met behulp van een kijkoperatie, in andere gevallen zal een operatie nodig zijn waarbij het heupgewricht wordt opengemaakt. Met behulp van een röntgenfoto en eventueel ter aanvulling een MRI met contrastvloeistof is de diagnose te stellen.

Labrumletsel
Het labrum is een kraakbeenring aan de rand van de heupkom die het heupgewricht afsluit waardoor er een vacuüm in het gewricht ontstaat waarin de heup kan bewegen en die het gewricht meer stabiliteit geeft. Als deze ring geïrriteerd raakt of er een scheurtje in ontstaat, kan dit pijn en bewegingsbeperkingen geven. Dit kan ontstaan doordat het bijvoorbeeld door heupdysplasie extra wordt belast doordat de heupkom niet goed is gevormd. Ook impingement kan klachten van het labrum veroorzaken.

De diagnose labrumletsel is meestal te stellen na het maken van een MRI met contrastvloeistof, maar het kan ook zijn dat pas door een kijkoperatie echt een duidelijk beeld te krijgen is.

Contact | Disclaimer | Colofon 
Copyright © 2013-2018 Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling. Alle rechten voorbehouden.