Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling, heupdysplasie, heupluxatie, kinderen, volwassenen

Home Contact Facebookgroepen Aanmelden voor de VAH-nieuwsbrief Voor de leden

allesoverheupafwijkingenblauw hulpenondersteuninggrijs overdevereniginggrijs

babysenkleutersblauw tienersenvolwassenenblauw

Onderzoek

Heupdysplasie en heupluxatie kunnen, wanneer zij niet worden behandeld, al op jonge leeftijd leiden tot problemen en pijn bij het lopen en staan. In een later stadium kan het leiden tot vroegtijdige slijtage (artrose) van de heup. Een tijdige behandeling, bij voorkeur voor de eerste verjaardag, kan dit voorkomen.

babymetspreiderDaarom worden in Nederland tegenwoordig alle baby's kort na de geboorte door de huisarts of de consultatiebureauarts lichamelijk onderzocht. Er wordt daarbij onder andere gekeken of de beentjes voldoende kunnen worden gespreid en of er sprake is van een beenlengteverschil. Dit kan namelijk wijzen op een heupafwijking en vormt reden voor aanvullend onderzoek. Dit kan door middel van echografie of door het maken van röntgenfoto's.

In de meeste gevallen kunnen heupdysplasie en heupluxatie tot ongeveer negen maanden met een echo worden opgespoord. Bij oudere kinderen is het bot al te veel verbeend en geeft de echo geen goed beeld meer. Het omslagpunt voor deze verbening ligt tussen de zes en negen maanden. Het voordeel van het gebruik van echografie is dat dit al op jonge leeftijd kan worden gedaan terwijl een röntgenfoto pas vanaf de leeftijd van vier of vijf maanden een goed beeld geeft.

Een echo die afwijkend is, waarbij twijfel bestaat of waarbij asymmetrie tussen beide heupen wordt gevonden, is altijd aanleiding om ook een foto te maken. Als er sprake is van een afwijking kan deze vervolgens uitgangspunt van de behandeling zijn en bij controles worden vergeleken met nieuwe foto's.

Mensen maken zich vaak zorgen om de straling die een röntgenfoto met zich meebrengt. Deze is tegenwoordig echter heel laag. De dosis is vergelijkbaar met de dosis achtergrondstraling die je krijgt van drie dagen leven in Nederland. Daarnaast is de overtuiging dat geslachtsorganen gevoelig zijn voor straling flink afgenomen. Ook plaatst men de loodplaatjes bij meisjes vaak op de verkeerde plek en liggen ze in de weg om de foto goed te kunnen beoordelen. Om die reden wordt er steeds minder gebruik van gemaakt.

Soms is het nodig om een arthrogram te maken, bijvoorbeeld wanneer de heupkop niet goed in de heupkom kan worden teruggeplaatst. Een arthrogram is een röntgenfoto die wordt gemaakt nadat er (onder narcose) contrastvloeistof in het heupgewricht is gespoten.

Het komt voor dat de diagnose pas na de eerste zes maanden wordt gesteld en dat je kind dus pas op latere leeftijd met een dysplasie of luxatie bij de orthopeed komt. Ook dan kan een behandeling nog tot een goed resultaat leiden. Helaas wordt een heupafwijking niet altijd al op babyleeftijd ontdekt en behandeld. In sommige gevallen ontstaan pas op volwassen leeftijd (pijn)klachten.

Contact | Colofon 
Copyright © 2013-2019 Vereniging Afwijkende Heupontwikkeling. Alle rechten voorbehouden.